Praten met een kunstenaar is niet altijd de conditio sine qua non om zijn of haar werk te vatten. Wie het atelier van Gert Van Weyenberg binnenkomt vermoedt al na één oogopslag waar het in het werk van deze schilder in se om draait. In een hoek van het atelier vind je een heuse (binnen)tuin waar, naargelang het seizoen en de plannen van de kunstenaar, verschillende planten gedijen. En op een kast staat een reeks potten met pigment: schakeringen van bruinen, groenen, roden en blauwen, of de tinten van de aarde, de zee en de lucht. Gert Van Weyenberg schildert in een haast omgekeerde beweging: eerst zet hij een drukke figuratie op het doek, allemaal beelden, symbolen en emblemen die te maken hebben met herinneringen en/of de gemoedsgesteltenis van het moment. Vervolgens worden die beelden één na één weggewerkt, verhuld en geabstraheerd. Toch blijft het organische doorschemeren: sporen van menselijke figuren, maskers, bomen of een plant.De abstrahering krijgt soms ook een derde dimentie, door het gebruik van verfmassa of van 'vreemde' materialen als koord of karton. Gert Van Weyenberg is een abstraherend schilder die de roots van het leven niet loslaat. Integendeel, door de anekdotiek te weren kreëert hij zoiets als het universele verhaal van het leven; over de essentie van de dingen, over de verhoudingen tussen de vormen, over opkomst, bloei en vergankelijkeheid van al wat leeft en geleefd wordt. De schilderijen van Van Weyenberg ruiken naar Moeder Aarde. De wereld zwijgt, de wind is gaan liggen, het water trager gaan stromen. De beelden van mens en natuur, liefde en lijden, leven en dood zijn tot een stille mist geworden. Geen trache de vie, maar een tranche d'esprit. Waarbij Van Weyenberg eigenlijk, met het gebruik van verf, pigment, doek en andere materialen, kleine stukjes van Moeder Aarde ontleent om ze vervolgens in geschilderde hommages terug te schenken. Marc Ruyters, november 1997